Het beleid ten aanzien van de leerstoelen

Op verzoek van het Tiele-bestuur heeft de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) het beleid met betrekking tot nieuwe (bijzondere) leerstoelen voor de Tiele-Stichting geformuleerd. Hieronder volgt de definitieve versie van de notitie die door het bestuur als beleid is overgenomen. De notitie is opgesteld door prof. dr. Paul Hoftijzer en prof. dr. August den Hollander namens de WAR, en drs. Clemens de Wolf namens het bestuur. 

8 februari 2007

Dr. P.A. Tiele-Stichting
Beleid met betrekking tot nieuwe (bijzondere) leerstoelen

Missie en doelstelling

In het Beleidsplan 2003-2008 wordt de missie van de Tiele-Stichting als volgt geformuleerd:

'De Dr. P.A. Tiele-Stichting wil de boekwetenschap in Nederland bevorderen door de samenwerking tussen de organisaties en instellingen te stimuleren en te faciliteren, en door desgevraagd namens hen op te treden naar de overheid, publieke instellingen en de pers. Onder boekwetenschap wordt begrepen het cultuurhistorisch, economisch, sociaal-cultureel en sociologisch onderzoek en onderwijs naar het boek en het leesgedrag, alsmede de archivering, conservering en ontsluiting van relevante documenten en gegevens. Het woord 'boek' moet in dit verband worden opgevat in de breedste zin van het woord (inclusief handschriften, alle categorieën drukwerk en digitale publicaties). De Stichting wil ertoe bijdragen dat de cultuur van het medium boek - dankzij grondiger wetenschappelijke inzichten en een kwalitatief beter opleidingsniveau - hechter wordt verankerd in de maatschappij van heden en toekomst.'

Volgens de statuten heeft de Tiele-Stichting tot doel 'het bevorderen van de wetenschap van het boek en de drukkunst en de daarmee samenhangende technieken'. Als eerste van de middelen waarmee het doel kan worden bereikt  wordt genoemd: de instelling van leerstoelen, daaronder begrepen het scheppen van bijzondere leerstoelen aan Nederlandse universiteiten en de benoeming van hoogleraren in de onder de respectieve leerstoelen ressorterende leervakken, benevens het langs andere wegen openen van de gelegenheid tot het verkrijgen van onderricht in de grafische, bibliografische, typografische en andere direct met de doelstelling samenhangende vakken.

Huidige bijzondere Tiele-leerstoelen

Op dit ogenblik zijn er vier bijzondere leerstoelen die door de Tiele-Stichting zijn ingesteld:

1. De Tiele-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam, gewijd aan de geschiedenis van het boek, ingesteld in 1958. Deze wordt sinds 1 april 2009 bezet door dr. Arianne Baggerman.
2. De Tiele-leerstoel aan de Universiteit Leiden, gewijd aan de geschiedenis van het Nederlandse boek in de vroegmoderne tijd, ingesteld in 2002. Deze wordt sinds 1 september 2002 bezet door prof. dr. Paul Hoftijzer.
3. De Bohn-leerstoel aan de Universiteit Leiden, gewijd aan de geschiedenis van het boek in de moderne periode, ingesteld in 2004. Deze wordt sinds 1 april 2005 bezet door prof. dr. Adriaan van der Weel. De uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum treedt op als sponsor van de leerstoel.
4. De KB-leerstoel aan de Universiteit Leiden in samenwerking met de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans te Den Haag, gewijd aan Typografische vormgeving, ingesteld in 2005. Deze wordt per 1 september 2006 bezet door prof. Gerard Unger. De leerstoel wordt gesponsord door de Koninklijke Bibliotheek en Museum Meermanno.

Andere leerstoelen op het gebied van de boekwetenschap

In de afgelopen jaren is de boekwetenschap versterkt met verschillende andere nieuwe gewone en bijzondere leerstoelen. Hiervan kunnen genoemd worden: de bijzondere leerstoel in de vormgeving vanwege de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers, de bijzondere leerstoel in de bibliotheekwetenschap vanwege de Vereniging van Openbare Bibliotheken, de bijzondere leerstoel in de handschriftenkunde vanwege de prof. mr. Herman de La Fontaine Verwey Stichting en de Koninklijke Bibliotheek  - alle drie aan de Universiteit van Amsterdam -, de gewone leerstoel in de geschiedenis van het religieuze boek aan de Vrije Universiteit en de gewone leerstoel digitale mediastudies vanwege het Leids Universiteitsfonds aan de Universiteit Leiden, die wordt mogelijk gemaakt door sponsorbijdragen van een aantal grote uitgeverijen. Aan de Rijksuniversiteit Groningen, tenslotte, bestaat een leerstoel in de Westerse handschriftenkunde en boekwetenschap.

Academische opleidingen

De belangrijkste plaatsen waar de boekwetenschap op academisch niveau wordt beoefend, zijn de volgende.

1. Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Letteren
Master: de Faculteit der Letteren biedt de master Boekwetenschap en handschriftenkunde aan. Alle aspecten van het boek - van Middeleeuwen tot heden - worden daarin behandeld: productie, distributie en receptie. De duale master Redacteur/editor bereidt studenten voor op de werkzaamheden van een redacteur/editor in de uitgeverij.
Minor: daarnaast is er een minor-pakket met de geschiedenis van het gedrukte boek, inclusief analytische bibliografie en de geschiedenis van de leescultuur.
2. Universiteit Leiden, Faculteit der Letteren
Master: de master Book and Digital Media Studies biedt inzicht in en achtergronden van de productie, distributie en receptie van geschreven en gedrukte teksten, gecombineerd met kennis van nieuwe vormen van digitale informatieoverdracht.
Minor: in de bachelorfase wordt een inleiding in de boekwetenschap verzorgd, waarin aandacht wordt besteed aan boekgeschiedenis en aan moderne ontwikkelingen in de uitgeverij en digitale media. Ook wordt gewerkt aan journalistieke vaardigheden.
3. Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, Faculteit der Kunsten
Minor: de minor Grafiek en grafische technieken biedt de mogelijkheid theoretische en historische kennis van kunstgeschiedenis te onderbouwen met een onderwijsprogramma waarin de nadruk ligt op het aanleren van praktische vaardigheden op het terrein van de grafische kunsten. De minor is gekoppeld aan de major Kunstgeschiedenis en wordt via de Faculteit der Kunsten door de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag verzorgd.

Daarnaast worden afzonderlijke BA-cursussen met boekwetenschappelijke inhoud aangeboden aan de universiteiten van Utrecht, Nijmegen, de VU, Groningen en Tilburg.

Een algeheel overzicht van de opleidingen op minor niveau ontbreekt, maar is dringend gewenst, niet alleen uit het oogpunt van voorlichting maar ook om eventuele lacunes te kunnen vaststellen.

Algemeen beleid bij het instellen van nieuwe leerstoelen

Bij het vaststellen van het beleid bij nieuwe (bijzondere) leerstoelen moeten twee situaties worden onderscheiden:
1. De Tiele-Stichting neemt zelf het initiatief tot de vestiging van een bijzondere leerstoel aan een universiteit, eventueel op verzoek of met steun van andere maatschappelijke organisaties, instellingen of bedrijven.
2. De Tiele-Stichting wordt gevraagd om steun te verlenen aan een initiatief dat uitgaat van een faculteit die een (bijzondere) leerstoel in het leven wil roepen, er van uitgaand dat de leerstoel inhoudelijk voldoende is ingebed in het curriculum.

Als de Tiele-Stichting zelf het initiatief neemt tot het instellen van een nieuwe bijzondere leerstoel moet voldaan worden aan de volgende criteria:

1. Perspectief: De Tiele-Stichting wil een stimulerende invloed op onderwijs en onderzoek uitoefenen en een instrumentele rol daarbij vervullen. De Tiele-Stichting stelt zich daarbij landelijk op en niet lokaal-universitair, en wil landelijke ontwikkelingen stimuleren.
2. Duur: De Tiele-Stichting stelt in beginsel de leerstoel in voor een periode van maximaal twee maal vijf jaar. Tot een tweede periode van vijf jaar zal eerst na een positieve evaluatie van de instelling waar de leerstoel is gevestigd, worden besloten. Na twee perioden van vijf jaar zal de leerstoel na evaluatie moeten worden overgenomen door de Faculteit, of komen te vervallen. Op deze manier komt er regelmatig ruimte voor nieuw beleid. Hierbij zal overigens wel rekening worden gehouden met lopende promotiebegeleiding.
3. Vernieuwing: De nieuwe leerstoel wordt ingesteld om onderwijs en onderzoek mogelijk te maken op terreinen die in ontwikkeling zijn. Hij komt in vergelijkbare vorm aan geen enkele universiteit in Nederland voor. Het aanbod van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek zal om de twee jaar worden geïnventariseerd om lacunes te kunnen aanwijzen die kunnen leiden tot suggesties voor nieuwe leerstoelen.
4. Omgeving: De nieuwe leerstoel trekt landelijk de aandacht en is internationaal representatief. Een essentieel onderdeel van het takenpakket is het zo breed mogelijk uitdragen van het vak. De bezetter van de leerstoel is zich bewust van zijn publieke taak.
5. Niveau: De leeropdracht is breed geformuleerd en weerspiegelt eerder een hoofdrichting dan een specialisatie.
6. Inbedding: De nieuwe leerstoel past in het bestaande curriculum van de universiteit. De leerstoel sluit aan op het aanwezige onderwijs en onderzoek en bouwt voort op gebleken studentenbelangstelling. Er wordt daarbij niet alleen gekeken naar boekwetenschappelijke disciplines maar ook naar opleidingen waar de boekwetenschap een onderdeel van uitmaakt.
7. Interdisciplinair: De leerstoel heeft een positie binnen de faculteit die interdisciplinariteit in onderwijs en onderzoek garandeert.
8. Samenwerking: De Tiele Stichting streeft ernaar de bijzondere leerstoel in te richten in samenwerking met belanghebbende instellingen en organisaties.
9. Sponsoring: De bijzondere leerstoel kan worden gefinancierd met behulp van sponsoring. Sponsors zijn bij voorkeur maar niet noodzakelijk de belanghebbende samenwerkingspartners.

Enkele algemene opmerkingen

De doelstelling van de Tiele-Stichting tot het doorgeven en stimuleren van expertise en kennis is niet beperkt tot het niveau van hoogleraren. Er zijn specialismen in het vak die onder druk staan of dreigen te verdwijnen, waarvoor de Tiele-Stichting zich op een andere manier kan inspannen, bijvoorbeeld door het organiseren van een gastdocentschap, een masterclass, een serie lezingen of een zomercursus. Bij deze vormen van gespecialiseerde kennisoverdracht is de doelgroep klein maar is het niveau hoog en heeft de organisatie een internationale uitstraling.

De Tiele-Stichting richt zich op concentratie en niet op spreiding. Op dit ogenblik zijn er twee plaatsen in Nederland met een MA-opleiding. Dat lijkt voldoende. Concentratie kan ook betekenen steun voor een derde plek als daar al activiteiten gaande zijn (bijv. de Universiteit Utrecht waar plannen bestaan voor de opzet van een BA-programma). In het algemeen zal de Tiele-Stichting het ontstaan van meer BA-opleidingen (minor) eerder stimuleren dan van meer MA-opleidingen.

De Tiele-Stichting streeft naar leerstoelen op het niveau van een hoofdrichting. Een hoofdrichting veronderstelt idealiter een master (MA) gebaseerd op een kennismaking met het vak tijdens de bachelorsfase (BA) maar andere configuraties behoren uiteraard ook tot de mogelijkheden. Daarnaast blijft het van groot belang dat de Tiele-Stichting zich uitspreekt voor een zo groot mogelijk aanbod van opleidingsmogelijkheden op verschillende niveaus, ook als de boekwetenschap het niveau van een hulpwetenschap of bijvakkeuze binnen een andere hoofdrichting omvat.

Interdisciplinair en maatschappelijk relevant betekent ook dat de Tiele-hoogleraar zich oriënteert bij en, waar mogelijk en nodig, samenwerking zoekt in andere faculteiten zoals sociale wetenschappen en economie.

Mogelijke onderwerpen

Uit de verschillende reacties en opmerkingen in de discussie zijn enkele onderwerpen naar voren gekomen die mogelijk een leerstoel rechtvaardigen:

1. economie van de (internationale) uitgeverij en boekhandel
2. intermediairs (verzamelaars, bibliotheken), leescultuur
3. bibliotheekwetenschap, wetenschappelijke bibliografie
4. veranderd gedrag in keuze, omgaan en waarderen van informatie
5. educatieve informatievoorziening

Zodra een overzicht van alle cursusaanbod (MA en BA/minor) is opgesteld, kan een betere afweging worden gemaakt tussen lacunes, wensen en mogelijkheden. Het spreekt vanzelf dat een dergelijk wensenlijstje onderwerp van voortdurend debat moet zijn.

Paul Hoftijzer
August den Hollander
Clemens de Wolf

8-2-2007